50 jaar logistiek

Van Control tower
naar Control room

Logistiek heeft in de afgelopen 50 jaar een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Vanuit production control zijn we steeds meer schakels gaan beheersen. De ontwikkeling van computers, datamanagement en digitalisering kan daar niet los van worden gezien. Planning over steeds meer schakels heen (eerst intern daarna extern) vereist betrouwbare en eenvoudige communicatie. Van kostenbeheersing naar competitive advantage en crosssectorale besturing. We kunnen dus nooit compleet zijn in een kort overzicht, maar zullen proberen de belangrijkste ontwikkelingen mee te nemen.

Vóór 1976

Aanloop naar 1976


Na de Tweede Wereldoorlog kwam Europa langzaam weer op gang. Herstel van infrastructuur, wederopbouw van industrie en groei van internationale handel bepaalden deze jaren. Het begrip supply chain management bestond nog niet; men sprak over productie, materials management en distributie. Toch werden de eerste bouwstenen gelegd voor de moderne logistiek. In de jaren vijftig en zestig veranderde transport radicaal. Het wegtransport groeide door de opkomst van de snelwegen, spoorvervoer kreeg concurrentie van vrachtwagens, en in de luchtvaart begonnen de eerste lijndiensten vracht te vervoeren naast passagiers. De echte doorbraak kwam op zee: in 1956 introduceerde Malcom McLean de zeecontainer, een innovatie die de wereldhandel blijvend zou veranderen. Havens werden aangepast, overslag werd sneller en goedkoper, en wereldwijde goederenstromen werden schaalbaar.

Binnen bedrijven werd vooral nagedacht over materials management en productiebeheersing. Voorraad werd nog vaak gezien als noodzakelijk kwaad, niet als strategisch instrument. Met hoge eindvoorraden kon je altijd snel aan de klantvraag voldoen. Dit betekent dan wel een sterk push gedreven industrie met eindproducten in diverse varianten op voorraad. Vanaf midden jaren zestig ontwikkelde Orlicky een systeem voor MRP (Boek ‘Material Requirements Planning’ uit 1975), waarmee bedrijven beter hun productie konden plannen. In Nederland werd eind jaren zestig door wetenschappers en praktijkmensen steeds meer onderzoek gedaan naar efficiëntere productieplanning. Gedreven door de grote international Philips in Eindhoven werd met name aan de TU Eindhoven door hoogleraren als Wortmann, Wijngaard en Bertrand de basis gelegd met studies en boeken over productieplanning en production control. Ook het consumentengedrag veranderde. Vanuit de buurtwinkel ontwikkelde zich de supermarkt zoals bijvoorbeeld De Gruyter, en daarmee de noodzaak om winkels sneller en slimmer te bevoorraden, met een toenemend aantal varianten.

Nostalgisch terugkijkend was dit de tijd van ponskaarten en typemachines, van vrachtwagens zonder airco en havens vol hijskranen en losse goederen. Logistiek betekende handenarbeid, papierwerk en spierkracht. Logistiek was uitsluitend nog gericht op efficiëntie. Toch groeide in de coulissen een nieuw besef: dat productie, voorraad, distributie en transport niet alleen ondersteunend waren, maar strategisch belangrijk konden worden voor de concurrentiepositie van een bedrijf.

Logistiek is er eigenlijk altijd al geweest, zoals in het voortreffelijke boek van Hugo Roos "van marketentster tot logistiek netwerk" ook mooi is uiteengezet. Zoals eerder aangegeven is professionele logistiek binnen de industrie gestart bij Philips. In de jubileumuitgave van 40 jaar VLM in 2013 heeft Rinus Jansen dit in een mooi artikel helder uitgelegd. Met de oprichting in 1973 van Nevem (voorloper VLM), werd beoogd om het vakgebied bij de industrie te introduceren door kennisdeling. De eerste voorzitter was Constant Botter.

Hieronder kort aandacht voor de eerste stappen in de Nederlandse logistiek;
De Nederlandse logistiek vond haar moderne oorsprong bij Philips, waar Wim Monhemius als eerste, radicaal anders keek naar voorraden, variatie en doorlooptijden. Zijn inzichten vormden de voedingsbodem voor een nieuwe manier van denken. Will Bertrand, Hans Wortmann, Jacob Wijngaard, Rien Ploos van Amstel en Constant Botter gaven deze basis vervolgens diepte, structuur en wetenschappelijke legitimiteit. Zij brachten samenhang tussen productie, informatie, distributienetwerken en ketenbesturing, eerst binnen bedrijven daarna over bedrijfsmuren heen. Met hun werk ontstond het fundament onder vijftig jaar logistieke ontwikkeling in Nederland.

Maréchal des logis
Logistique 1838
Material mgt
Zeecontainers

16e eeuw
Antoine-Henri Jomini
1948 USA
1956

Voorraad & Planning
Operations Research, Monhemius
MRP 1, Orlicky
Nevem

1930 Goudriaan, Cahen
1968
1975
1973

1951
Logistiek
1968
OR door Monhemius
1970
Monhemius, v Hees
1967
Constant Botter
1957 Apics
1973 CPIM
1975
Orlicky MRP1
Wim Monhemius
Constant Botter
Rien Ploos van Amstel
Will Bertrand
Jacob Wijngaard
Hans Wortmann

Terugkijken met Jacob Wijngaard

Mijn interview met Jacob Wijngaard opgenomen in 2023

De start van een wetenschappelijke benadering van logistiek binnen Nederland ligt in Eindhoven. Samen met een aantal vakgenoten, waaronder Hans Wortmann, Will Bertrand en Wim Monhemius, behoorde Jacob Wijngaard tot een groep die het vakgebied vanaf begin jaren zeventig hielp vormen. Zij bouwden niet alleen aan een wetenschappelijke basis, maar gaven ook richting aan de manier waarop bedrijven logistiek gingen zien: niet langer als losse activiteiten, maar als een integraal geheel dat het verschil kon maken tussen middelmatigheid en concurrentiekracht.

Ik heb met plezier enkele jaren met Jacob mogen samenwerken bij VLM en EMLog. Dat hoort ook bij logistiek; mensen die het leuk vinden om samen te werken. Enige tijd geleden mocht ik Jacob uitgebreid interviewen over de beginperiode van logistiek denken in Nederland. Het werd een prachtig en heel open gesprek over die eerste jaren van het vakgebied, zijn eigen bescheiden rol daarin en zijn visie op de toekomst.

De jaren ’70: de geboorte van logistiek als vakgebied
Wanneer Jacob Wijngaard zijn loopbaan begint, is logistiek nog geen gangbare term in het Nederlandse bedrijfsleven. Bedrijven spreken over material management, bedrijfsdistributie of simpelweg over transport en opslag. “Het woord logistiek hoorde je eigenlijk alleen in militaire context,” herinnert hij zich. “In de bedrijfspraktijk bestond het niet, terwijl de problemen die we vandaag logistiek zouden noemen er natuurlijk wél waren: voorraden die ontspoorden, planningen die niet haalbaar waren, klanten die te laat beleverd werden.” Juist in die tijd groeit bij een kleine groep wetenschappers en praktijkmensen het besef dat er een integrale aanpak nodig is. Wijngaard, destijds verbonden aan de Universiteit Eindhoven en nauw betrokken bij projecten bij Philips, ziet hoe een ander perspectief zich begint af te tekenen. “Wij wilden af van het lappendeken-denken,” zegt hij. “Iedere afdeling optimaliseerde zijn eigen stukje, maar niemand keek naar de hele keten. En dáár zat de winst.”

De pioniersrol: onderzoek en onderwijs
Met die overtuiging begint een kleine groep vakgenoten de fundamenten te leggen. Onderwijs speelt daarin een sleutelrol. In de jaren zeventig en tachtig worden de eerste vakken en opleidingen opgezet die later zouden uitgroeien tot volwaardige logistieke studies. “Het voelde echt als pionieren”, vertelt hij. “We hadden geen boeken die we konden gebruiken, want die bestonden niet. Dus schreven we ze zelf. Samen met collega’s werkten we modellen uit voor productieplanning, voorraadbeheer en integrale besturing. We moesten het vakgebied eigenlijk uitvinden terwijl we het doceerden.” Voor veel studenten is dat een openbaring. Ze leren dat je niet alleen naar een magazijn of een vrachtwagen moet kijken, maar naar de hele stroom van grondstof tot eindklant. Bedrijven pikken die boodschap op en nodigen Wijngaard en zijn collega’s uit om hun inzichten in de praktijk te brengen.

Tussen theorie en bedrijfsvloer
Een van de grote krachten van die aanpak in de beginperiode is het vermogen om wetenschap en praktijk met elkaar te verbinden. Jacob herinnert zich de vele projecten bij Philips waar hij, soms letterlijk tussen de machines, met planners en productiemensen sprak. “Wat mij altijd is bijgebleven,” zegt hij, “is hoe sceptisch mensen in het begin waren. ‘Moeten die heren van de universiteit ons vertellen hoe we moeten plannen?’ Maar zodra je samen met hen aan de slag ging en liet zien dat je met een goed model de voorraad kon halveren zonder leverproblemen, dan zag je de ogen glinsteren.” Hij lacht. “Het mooiste was als iemand na afloop zei: nu begrijp ik eindelijk waarom het altijd misging.” Die combinatie van analytisch denken en praktisch gevoel maakt dat hun ideeën breed ingang vonden. Het is niet alleen wetenschap om de wetenschap; het is kennis die bedrijven daadwerkelijk vooruithelpt.

De doorbraak in de jaren ’80 en ’90
In de jaren tachtig komt de echte doorbraak. Computers worden betaalbaarder en krachtiger, waardoor geavanceerde planningsmodellen opeens toepasbaar worden in de praktijk. Bedrijven beginnen met de eerste ERP-systemen en ontdekken dat integrale logistiek geen theorie meer is, maar harde realiteit. “Je merkte dat logistiek de bestuurskamer bereikte,” zegt Wijngaard. “Voorheen was het iets van productie, magazijn of transport, maar opeens ging het over strategische beslissingen: waar plaatsen we ons distributiecentrum, hoe richten we de keten wereldwijd in? Dat was een enorme omslag. ”Nederland speelt in die tijd internationaal een voortrekkersrol. Dankzij de havens, Schiphol en de sterke industriële basis wordt het land een proeftuin voor logistieke innovaties. Wijngaard ziet hoe bedrijven de inzichten uit het onderzoek steeds sneller oppakken en toepassen.

Logistiek als vakgebied: een gezamenlijke ontwikkeling
Wijngaard plaatst zijn eigen rol nadrukkelijk in perspectief. Hij ziet zichzelf niet als pionier in de klassieke zin, maar als onderdeel van een bredere groep onderzoekers, docenten en bedrijfsmedewerkers die gezamenlijk het vakgebied hebben gevormd.

“Je kunt niet zeggen dat één persoon of één universiteit logistiek in Nederland heeft ‘uitgevonden’. Het is langzaam ontstaan doordat veel mensen aan puzzelstukjes werkten.”

Hij noemt voorbeelden:
• de opkomst van integrale planning binnen Philips,
• de introductie van MRP/MRP-II in de industrie,
• de professionalisering van logistiek onderwijs,
• en de ontwikkeling van onderzoeksprojecten samen met bedrijven.

De essentie volgens Wijngaard: logistiek is ordening
Terugkijkend ziet hij vooral een steeds verfijndere structurering van processen, ondersteund door technologie. Geen mythische innovatie, maar beter nadenken over hoe stromen samenhangen.

“De kern is niet veranderd: je probeert orde aan te brengen in hoe spullen, informatie en tijd met elkaar verbonden zijn.” Dat blijft volgens hem relevant, ook in tijden van data-analyse, AI en globalisering.

Visie op de toekomst
Voor de komende decennia ziet Wijngaard grote kansen, maar ook verantwoordelijkheden. Digitalisering en kunstmatige intelligentie zullen processen verder versnellen en verfijnen. “Maar,” waarschuwt hij, “we moeten oppassen dat we niet blind varen op technologie. Uiteindelijk draait logistiek om mensen en om waarde.” Hij benadrukt duurzaamheid als onvermijdelijk thema. “We kunnen niet doorgaan met het systeem zoals het nu is. Logistiek moet helpen om de wereld leefbaar te houden. Dat betekent slimmer plannen, hergebruik stimuleren, transport verduurzamen. Dáár ligt de volgende pioniersrol voor de nieuwe generatie.”

Slot
Deze nuchtere terugblik in dit gesprek laat zien hoe het logistieke vakgebied in Nederland ontstond: niet als creatie van enkele sleutelfiguren, maar als een ontwikkeling waarin universiteiten, bedrijven en internationale trends elkaar versterkten. Het interview markeert daarmee een historisch perspectief op vijftig jaar logistieke professionalisering.

Liber amicorum Will Bertrand

Bron: Pure.tue.nl: Volledige uitgave. Hier volgt een samenvatting van Liber Amicorum

Toen professor Will Bertrand in 2011 afscheid nam van de Technische Universiteit Eindhoven, werd duidelijk hoe breed zijn invloed reikte. Collega’s, studenten en vakgenoten spraken met warmte en respect over de man die niet alleen als pionier de fundamenten legde voor de logistiek in Nederland, maar die ook bekend stond om zijn humor, relativeringsvermogen en oprechte betrokkenheid.

De ondernemende professor
Collega Paul Gosselink typeerde hem als “de ondernemende professor”. Bertrand wilde dat kennis niet op papier bleef steken, maar zijn weg vond naar de praktijk. Binnen het Instituut Industriële Technologie voor Productiesystemen (ITP TUE-TNO) werkte hij samen met bedrijven als Philips en NedCar. “Hij wist theorie en praktijk met elkaar te verzoenen,” schreef een oud-collega. “Will vroeg niet alleen hoe iets werkte in een model, maar vooral: doet het er ook toe op de bedrijfsvloer?”

Ontwerper met passie
Bertrand zag zichzelf graag als een ontwerper. Niet alleen in technische zin, maar ook in hoe je samenwerkt, hoe je studenten opleidt, en hoe je organisaties vormgeeft. In 1986 startte de ontwerpopleiding Logistics Management Systems onder zijn leiding. Een generatie jonge ingenieurs leerde bij hem dat logistiek een vak van samenhang is. Een oud-student herinnert zich: “Will keek niet alleen naar je berekeningen, maar ook naar hoe je dacht. Hij kon je met één vraag in de ogen laten zien wat je nog miste. Altijd scherp, maar nooit belerend.”

Van Philips tot KLM en de zorg
Zijn invloed strekte zich uit ver voorbij de campus. Bij KLM hielp hij mee aan de inrichting van het Operationeel Controle Centrum. Daar, in de hectiek van de luchtvaart, bracht hij orde in de chaos. Collega’s herinneren zich hoe hij met zijn rustige toon en analytisch vermogen medewerkers voor zich wist te winnen.

Later legde hij zich toe op de zorg. Aanvankelijk, zo grapte hij zelf, “per ongeluk omdat ik het van een collega erfde”. Maar juist daar vond hij een nieuwe uitdaging. Hoe organiseer je patiëntstromen en operaties alsof het logistieke processen zijn, zonder de menselijke maat te verliezen? “Will maakte de zorg inzichtelijk,” zei een ziekenhuismanager, “en tegelijk hield hij ons steeds een spiegel voor: vergeet niet dat er mensen achter die cijfers zitten.”

Humor en relativering
Wat hem bijzonder maakte, was dat hij ondanks zijn status nooit afstandelijk werd. Hij kon in een volle zaal een scherpe analyse geven, en daarna met een glimlach de spanning breken met een relativerende grap. Een oud-promovendus schreef: “Ik zat muurvast met mijn proefschrift. Will luisterde, zweeg even en zei toen: ‘Ach, je hebt gewoon te veel woorden voor te weinig idee.’ We hebben er samen om gelachen – en precies dat hielp me weer vooruit.”

Een nalatenschap in mensen
Misschien wel zijn grootste erfenis is niet te vinden in boeken of modellen, maar in de mensen die hij opleidde en begeleidde. Honderden studenten, promovendi en collega’s dragen zijn ideeën voort. Henk Zijm, zelf hoogleraar, vatte het mooi samen: “Will plaatste zichzelf altijd op de achtergrond, maar hij was onmiskenbaar de architect van vooruitgang.”

Een leven lang ontwerpen
Of het nu ging om productiesystemen bij Philips, logistieke processen bij KLM of zorgpaden in ziekenhuizen – Bertrand keek altijd naar de essentie: hoe breng je samenhang aan in complexe stromen? Het leverde hem de eretitel “passievol logistiek ontwerper” op. Hijzelf zou waarschijnlijk hebben volstaan met een glimlach en een kwinkslag. Maar wie zijn werk overziet, ziet een pionier die de basis legde voor vijftig jaar logistieke ontwikkeling in Nederland.

Slot
Met het afscheid van Will Bertrand verloor de TU/e een markant hoogleraar. De Nederlandse logistiek behield echter een nalatenschap die nog decennia zal doorwerken, niet alleen in systemen en theorieën, maar vooral in de mensen die hij raakte. Zijn stille kracht, relativerende humor en passie voor ontwerpen maken hem tot een van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse logistiek.

Historie van ERP - Hans Wortmann

Bron: https://pure.tue.nl/ws/files/4316319/519958.pdf


Samenvatting: De Evolutie van ERP-systemen (1970–1998)

In de jaren zestig en zeventig draaide automatisering in productie en logistiek vooral om rekenen: voorraadmodellen, lineair programmeren en de eerste MRP-systemen die op ponskaarten draaiden. Deze systemen gaven voor het eerst grip op materiaalplanning, iets wat in die tijd revolutionair was.

In de jaren zeventig veranderde het speelveld compleet met de komst van online terminals en geïntegreerde databases. Hierdoor ontstond MRP-II: systemen die niet alleen rekenden, maar ook processen ondersteunden – van verkoop tot productie en finance. Het idee van een geïntegreerde bedrijfsvoering werd geboren.

De jaren tachtig brachten een explosie van functionaliteit. ERP-pakketten groeiden van planningshulpen uit tot complete bedrijfssystemen: van voorraadbeheer en productie tot HR, kwaliteitscontrole, distributie en financiële administratie. De client-server-architectuur zorgde dat systemen groter, sneller en internationaler inzetbaar werden. Maar… met die kracht kwam ook complexiteit. Het aantal parameters en keuzemogelijkheden werd immens iets wat menig consultant nog steeds zal erkennen.

In de jaren negentig veranderde vooral de look & feel en de architectuur. GUI’s (Windows/Motif), workflow-functionaliteit, internettechnologie en enterprise-modellering (o.a. ARIS) brachten flexibiliteit én overzicht. Bedrijven begonnen steeds vaker hun processen opnieuw te ontwerpen (BPR), mede omdat ERP-implementaties dat min of meer afdwongen.

Wortmann ziet al in 1998 dat ERP niet eeuwig monolithisch zou blijven. Hij voorspelt een toekomst waarin systemen losser gekoppeld, component-gebaseerd en interoperabel worden een voorloper van wat later SOA, cloud, API-first en SaaS zou worden.

Zijn belangrijkste inzicht:
ERP vormt het transactie-ruggengraat van elke organisatie, maar de uitdaging zit in de implementatie, niet in de software. Training, procesherontwerp, datamigratie en verandermanagement bepalen het succes.

Distributiepraktijk in de jaren 50 en 60 - Een hele jonge Hessel Visser


Jan vroeg mij te schetsen hoe de wereld eruitzag vóórdat hij zelf met logistiek begon. Niet vanuit theorie of modellen, maar vanuit mijn eigen herinneringen. Die voeren terug naar een tijd waarin logistiek nog geen naam had, maar wel overal aanwezig was. Mijn verhaal begint in ’s-Gravendeel, in de eerste helft van de twintigste eeuw.

Opgegroeid tussen opslag en transport
’s-Gravendeel stond toen bekend om zijn vlasindustrie. Mijn vader runde daar het bedrijf G&PJ Visser, opgericht in 1862. In de hoogtijdagen werkten er meer dan honderd mensen. Vlas, bestemd voor de productie van linnen, bepaalde het tempo van werken en leven. De jaren vijftig waren gouden jaren.
Als kind was ik dagelijks op het bedrijf te vinden. Ik speelde op de weilanden waar het vlas na het roten lag te drogen. Nog vóór mijn tiende reed ik met de tractor om het gedroogde vlas op te halen. Dat hoorde er gewoon bij. Beloning was er niet; je maakte deel uit van het geheel.

Logistiek zonder naam, maar overal aanwezig
Ik reed mee met vrachtwagens naar de Flevopolder, waar toen nog nauwelijks iemand woonde, en naar België om vlaszaad af te leveren. Soms gingen de ritten zelfs door naar Duitsland en Frankrijk, waar eindproducten werden gebracht. Ook de Rotterdamse havens zijn mij altijd bijgebleven: zware balen van 125 kilo die werden afgeleverd bij pakhuizen en vemen rond wat nu Hotel New York en museum Fenix is.
Alles om mij heen draaide om opslag en verplaatsing. We spraken niet over logistiek, maar over pakhuizen, schuren en vemen. Transport en opslag waren puur mensenwerk. Handen, spierkracht en gezond verstand. Er was geen vorkheftruck, geen systeem en geen procedure.

Techniek op kindermaat
De tractor op het bedrijf was een grijze Ford op benzine, met een gashendel en een rempedaal. Meer had je niet nodig. Voor een kind was het fantastisch. Je kon er nauwelijks iets fout mee doen. Het was een tijd waarin eenvoud vanzelfsprekend was en techniek dienstbaar.

Het einde van vlas en een nieuw begin
Rond 1968 veranderde het speelveld. Concurrentie uit Rusland nam toe, linnen werd verdrongen door katoen en kunstvezels, en het vlasbedrijf moest sluiten. Mijn vader bleef achter met ongeveer vijfduizend vierkante meter lege schuren. Dat had het einde kunnen betekenen, maar het werd een nieuw begin.

Opslag voor Unilever: leren door te doen
Unilever had destijds een grote zeepfabriek in Vlaardingen. Producten gingen vrijwel rechtstreeks van fabriek naar winkel. Distributiecentra bestonden nauwelijks. Winkels hadden zelf grote schuren achter het huis. Naarmate volumes groeiden, werd het steeds lastiger om vraag en levering in balans te houden. Opslag buiten de deur werd interessant.
Onze lege schuren boden uitkomst. Mijn vader kocht een tweedehands Hyster-vorkheftruck en vroeg mij om mee te denken over de inrichting. Handboeken waren er niet. We experimenteerden. Ik tekende een eenvoudig lijnenplan voor de opslag van volle pallets met identieke zeepproducten. Met een kwast en verf werden lijnen op de vloer gezet. Afplakband kenden we niet; een krijtje volstond.

Werken zonder regels, maar met gezond verstand
Ik reed veel op de vorkheftruck. Fantastisch om te doen, al was het apparaat slecht in balans en bepaald niet veilig naar huidige maatstaven. Regels waren er nauwelijks. Je werkte op gevoel, met gezond boerenverstand. Ging er een doos kapot, dan mocht die mee naar huis. Daar werd mijn moeder blij van.
De beloning was een paar guldens per uur. Was dat erg? Nee. Terugkijkend was dit misschien wel mijn beste investering in werkervaring.

Bewust onbekwaam, maar nieuwsgierig
Ik wist nog niets van logistiek als vak. Maar ik leerde kijken naar ruimte, stromen, eenvoud en improvisatie. Ik was bewust onbekwaam, maar wel nieuwsgierig. Pas veel later kreeg het vak een naam, kwamen opleidingen, modellen en systemen. Maar de kern bleef dezelfde: zorgen dat goederen op de juiste plek komen, op het juiste moment, met verstand van zaken.

Van ervaring naar overdracht
Deze vroege jaren hebben mij blijvend gevormd en werken nog altijd door in wat ik doe. Daarom geef ik mijn kennis en ervaringen graag door aan nieuwe generaties. Logistiek blijft zich ontwikkelen, net als toen, alleen met andere middelen.
Mooi dat Jan Scheffer deze geschiedenis vastlegt. Ik hoop dat zijn site velen inspireert om verder te kijken dan systemen en techniek alleen, en ook oog te houden voor de menselijke en praktische wortels waar het vak ooit begon.

Geschiedenis van de vlasindustrie in 's-Gravendeel

De opslag voor Unilever

In ’s-Gravendeel stonden deze loodsen, die eerst dienden voor de opslag van vlas en later werden gebruikt voor de opslag en distributie van Unilever.

Logistiek

Op Delpher een oud artikel gevonden uit 1951 over een “nieuwe term’ logistiek bij het leger.

1968 Operations Research


Studieboek van de Universiteit Eindhoven van Prof. Ir. W. Monhemius. Alhoelwel de titel anders doet vermoeden gaat dit werk toch over OR.

Klik op de foto voor het complete werk

1970 Productiebesturing en voorraadbeheer


Uitgave van Philips Gloeilampenfabriek in Eindhoven. Onderwerpen o.a. Voorspellen, bestelsystemen, seriegrootte, bestelniveaus, voorraadbeheer en capaciteitsberekeningen.

Contant Botter


Dat Philips leidend was in de wetenschappelijke benadering van efficiency en effectiviteit, blijkt wel uit de boeken die reeds in de jaren 60 zijn geschreven o.a. door Constant Botter.

Apics


American Production en Inventory Control Society is in 1957 in de VS opgericht, door 20 managers uit de industrie. Sinds 1984 wordt Apics vertegenwoordigd door de VLM. Met diverse opleidingen zoals CPIM is Apics wereldwijd leidend op het gebied van Logistiek en Supply chain management certificering. Inmiddels is de organisatie omgedoopt tot Association for Supply Chain Management, maar de naam Apics is gebleven als merknaam.

MRP 1

Nadat Orlicky midden jaren 60 al actief was met Material Requirements Planning bij IBM, schreef hij dit boek in 1975.

Prof. Ir. W. Monhemius


Van 1955 - 1962 werkzaam bij Philips en vervolgens tot 1987 Hoogleraar bij de Technische Universiteit Eindhoven. Bij Philips kreeg hij vanaf 1959 de leiding over planning, voorraadbeheer en Operations Research. Op die afdeling werkte hij o.a. samen met Albert Schaafsma, Constant Botter en Rien Ploos van Amstel. Bij Philips ontdekte Monhemius hoe variatie, doorlooptijd en voorraad elkaar beïnvloeden. Zijn frisse blik op productie en voorraden vormde het eerste kantelpunt richting moderne logistiek.

Prof. Ir. Constant Botter

Nadat hij 15 jaar bij Philips heeft gewerkt op de afdeling van Wim Monhemius, werd Botter hoogleraar bij de Universiteit Eindhoven. Toen de Nevem (voorloper VLM) werd opgericht was Botter de eerste voorzitter. De NLP die ik op kantoor heb uit 1990 is nog door Botter ondertekend vanuit de Nevem. In oktober 1990 is de naam veranderd naar VLM. Botter ontving in 2000 de Persoonlijke Logistiek Prijs van VLM en in 2003 werd hij door de Nevi benoemd als Erelid.

Rien Ploos van Amstel


De liefde voor logistiek kwam toen oud vLm-voorzitter ir. Albert Schaafsma hem naar Philips haalde voor de centrale afdeling Technische Organisatie en Efficiency. Daar heeft hij zich, onder leiding van prof. ir. Wim Monhemius en prof. ir. Constant Botter, verdiept in de logistiek. Bij Philips mocht hij zijn concepten aan het papier toevertrouwen, om deze met collega’s wereldwijd te delen. Wat eerste interne Philips-publicaties werden eind jaren ’80 internationale wetenschappelijke publicaties. Rien wordt wel gezien als de grondlegger van distributielogistiek in Nederland.

Zelf mocht ik begin jaren 90 vanuit mijn rol bij Tulip Computers regelmatig met hem van gedachte wisselen over distributielogistiek. Een zeer inspirerende ervaring!

Overzicht van zijn werk is te vinden op de website van zijn zoon Walther

Will Bertrand


De verbinder en systematische denker
Bertrand verbreedde de inzichten van Monhemius naar een organisatiebreed perspectief. Hij hielp bedrijven te begrijpen hoe processen elkaar beïnvloeden en hoe je samenhang structureel bestuurt. Zijn kracht lag in het combineren van mens, proces en systeem.

Jacob Wijngaard


De wetenschapper van doorlooptijd en ketendenken. Wijngaard bracht verdieping door variabiliteit, ketendynamiek en doorlooptijd meetbaar te maken. Hij keek als een van de eersten structureel over afdelingen én bedrijven heen. Jacob was daamree al met Supply Chain management bezig voordat de term gebruikt werd. Daarmee professionaliseerde hij, samen met anderen, het logistieke vak als volwaardige wetenschap.

Prof. Dr. Ir. Hans Wortmann


De architect van digitalisering en integratie.

Wortmann versneld het vakgebied door informatie, planning en besluitvorming te koppelen. Met zijn werk rond MRP-II en ERP liet hij zien dat logistiek niet alleen fysieke stromen betreft, maar ook data, systemen en architectuur. Hij gaf logistiek haar digitale ruggengraat.